Gezondheid van de Noor kan verbeterd worden

22. dec, 2019

Artikel van mijn hand geplaatst in het Noorderlicht (het blad van de onafhankelijke vereniging van Noorse Boskat liefhebbers en fokkers)

In de zomer van 2018 verloor ik een poes door darminvaginatie. Nooit van gehoord voor die tijd, maar zoals je zo vaak ziet: opeens kwamen er allemaal verhalen voorbij op Facebook en in de praktijk van mensen die hetzelfde meemaakten of meegemaakt hadden. Echt verklaarbaar bleek het niet te zijn volgens de geraadpleegde dieren arts.
Zo heb je ook een periode waarin zowat elke post op Facebook gaat over FIP, dat heb ik inmiddels twee keer zelf meegemaakt en een kittenkoper verloor twee kittens van mij aan dezelfde ziekte. Als fokker ga je dan door de grond!

Dat alles leidde er toe dat ik me wat meer begon te verdiepen in erfelijkheid en gezondheid. Wat bepaalt nu of je een gezonde kat of kater fokt en wat vererft wel/niet en welke lijnen geven bepaalde aandoeningen door. Ik ontdekte dat op Pawpeds best veel informatie is te vinden, als je maar weet waar je naar moet kijken. In de praktijk leer ik ook veel van andere fokkers en gesprekken met katteneigenaren. Ik heb me ingeschreven voor een cursus over fokken door mijn rasvereniging, veel verenigingen organiseren deze en ze zijn zeer informatief.  Ik kan u verzekeren, er ging opnieuw een wereld voor me open, ook al fok ik al tien jaar.

Inteelt

De meeste Noren liefhebber en fokkers hebben wel een beeld van de mate van inteelt en het % Polaris van hun dierbare kat of kater. Tegenwoordig kom je al gauw boven de 5 % inteelt en 15 % Polaris zie ik ook weleens voorbij komen. Gezeten op een show tussen Ragdoll eigenaren hoorde ik over inteeltpercentages van meer dan 25 %, sommigen zelfs tot 50 %.
Er is sprake van een hoog inteelt percentage wanneer de vader en de moeder nauw aan elkaar verwant zijn. Een inteelt percentage van 0 % wil zeggen dat er sprake is van geen enkele verwantschap tussen de dieren. Een hoog inteelt % brengt met zich mee dat verschillende ziekten doorgegeven worden. Zo is bekend dat HCM, GSD IV en PKdef erfelijk zijn.
Als fokker neem je maatregelen door je dieren zorgvuldig te kiezen en regelmatig te testen, want sommige lijnen staan bekend om het feit dat ze een of meer ziekten bij zich dragen en doorgeven.
Ga je eens heel goed kijken in de stambomen van de Noren dan zie je dat Pans Polaris heel vaak voorkomt. Dan is het % Polaris  hoog. Sommige fokkers houden daar niet van, Polaris heeft de naam een aantal ziekten doorgegeven te hebben. Hij was echter de stamvader van de Noren en heeft flink wat nageslacht. Daarom wordt het % Polaris dus ook steeds hoger, van vaders en moeders kant komt hij steeds weer terug. Pawpeds adviseert een maximaal inteelt % van 6,25. Kijkt u vooral eens of uw Noor hieraan voldoet, de meeste Noren zitten daar flink boven. Het aantal erfelijke ziekten en aandoeningen neemt dientengevolge flink toe. Nu zijn aandoeningen als FIP en darminvaginatie niet per definitie erfelijk, maar de gevoeligheid voor allerlei aandoeningen is bij de Noren toegenomen in de loop der jaren.

Novice

Op een vraag van één van onze leden naar de term outcross bij de Maine Coon ging ik op zoek naar informatie over deze werkwijze bij de Maine Coon. Outcross betekent dat er een dier uit het “wild” wordt ingekruist bij een toegestane lijn. In mijn zoektocht ontdekte ik dat het bij de Coons een vrij gebruikelijke gang van zaken is, sommige cattery’s hebben er zelfs hun specialiteit van gemaakt. Maine Coon fokkers selecteren hun kittenkopers ook op fokker ambitie of show ambitie hoorde ik van een fokker. Een show Coon moet aan andere eisen voldoen dan een fok Coon. Het kan zijn dat het hier een incident betreft, tenslotte zit ik niet heel diep in de Maine Coon wereld.

Nieuwe genen inkruisen door een Noorse Boskat "uit het wild" te halen komt bij de Noor niet zoveel voor. Cattery fra Jerriks Smykkeskrin is bij mijn weten een paar jaar geleden als enige in Nederland hiermee begonnen. In Engeland is een fokker die nog fokt met oude lijnen, maar verder ken ik er geen. Dus op zoek gaan naar weinig inteelt kan maar op één manier en dat is Noren "uit het wild" in Noorwegen te  halen. Dat leek mij dus een goede oplossing.
In juli 2018 heb ik een aantal Noorse katten gehaald om daarmee de genen te verbeteren. De katten zijn geselecteerd op een aantal punten:

  • wonen de katten op het platteland van Noorwegen,
  • hebben de ouders kenmerken van de Noorse Boskat zoals langharig, amandelvormige ogen, rechte neus,  
  • zijn de ouders gezond.

Verder hebben we een aantal verschillende en uit elkaar liggende streken in Noorwegen bezocht en met een aantal fokkers zo’n tien katten en kittens gehaald.
Met novices werken betekent het inteelt % naar beneden brengen en zo de erfelijke aandoeningen en ziekten te verminderen. Natuurlijk kan dat niet zomaar, als fokker moet je voldoen aan bepaalde eisen. De eisen van de FNK (Federatie van Nederlandse Kattenverenigingen) zijn de volgende:

“Met ingang van 1 augustus 2005 zal elke determinatie worden uitgevoerd door 3 keurmeesters. Voor determinatie om het ras vast te stellen, zijn de eisen aangescherpt. Voor rasdeterminatie voor een kat zonder bewijs van afkomst of waarvan een ouder niet is opgenomen in een stamboek geldt dat deze op 3 verschillende shows gedetermineerd zal moeten worden.”

De kat dient 3 maal de kwalificatie “CAC”  behaald te hebben in hetzelfde ras, behaald bij 3 verschillende keurmeesters. Na overleggen van de keurrapporten wordt de kat in het stamboek opgenomen.”[1]

Er is nog een andere methode, die langduriger is en meer geduld vraagt. Desgewenst kan Ineke de Groot u hierover informeren.

Als fokker neem je natuurlijk een zeker risico. Je weet niet wat het dier als voorgeschiedenis heeft het kan van alles bij zich dragen, de geschiedenis van het dier en zijn voorouders is onbekend.  Anderzijds spreid je het risico behoorlijk. Door te fokken met nieuw bloed en te kruisen met de aanwezige katten in je cattery, verminder je de inteelt en dus de kans op bepaalde aandoeningen die via vader of moeder zijn doorgeven. Het duurt natuurlijk een aantal jaren om te zien wat de resultaten zullen worden van een dergelijk fokprogramma. In ieder geval kan ik zeggen van mijn novices dat ze wel het uiterlijk en het karakter hebben van de Noor: stoer en moedig, pittig en ondeugend en ontzettend aanhankelijk.

Daarnaast worden alle novices getest om te zien wat ze in hun genen meerbrengen. 

Voor- en tegenstanders

Natuurlijk wist ik dat ik als fokker mijn nek uitstak toen ik naar Noorwegen reisde, dat had ik ingecalculeerd. Wat ik me niet heb gerealiseerd is hoe heftig de reacties zijn. Sommige mensen vinden het geweldig, anderen zijn zo fel tegen dat het bijna tot een persoonlijke aanval komt.
Gek genoeg kwam Pans Polaris ook niet met een stamboom om zijn nek aankloppen bij de rasvereniging en is de Noor er toch als ras gekomen. We weten niet hoe lang zijn eigenaren hun best hebben moeten doen om het ras erkend te krijgen. Vermoedelijk is dat ook niet van een leien dakje gegaan! Ik zou het wel willen navragen, misschien is er een lid dat hier over nog iets weet te vertellen of is er iets bekend uit de overlevering. Tenslotte is het ras pas echt bekend geworden in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Of ik nu de korte of de lange route moet nemen om mijn novices erkend te krijgen maakt me niet zoveel uit. Ik werk met hen vanwege de oprechte intentie de gezondheid van het ras te bevorderen en de oorspronkelijke uitstraling van de Noor te behouden. Als iemand de pen wil opnemen om een discussie te starten, wat mij betreft van harte welkom! De redactie bepaalt of het artikel geplaatst wordt, dat doen ze bij mij ook!



[1] Site FNK